banner_blog.jpg

Tosti
Door: Yvonne Brekelmans | 15 januari 2019

TOSTI  Heerlijk najaarsweer, dus Jos en ik hebben een eindje gefietst. Als we aan willen schuiven bij een leeg tafeltje op 
  het terras zien we onze oude buurvrouw zitten. Zeker twee of drie jaar geleden dat we haar gesproken hebben. 
  We hebben amper een jaar naast elkaar gewoond. 

  Indertijd kwam ik net in Berkel-Enschot wonen en zij gaf me zo’n warm en welkom gevoel in mijn nieuwe woonplaats.
  Helaas kreeg haar man Parkinson en werd het huis en de tuin te groot. Twee jaar geleden is hij overleden.

  “Hoe is het met je, en met je praktijk”, vraag ze me. Heel goed, zeg ik trots, druk met cliënten,
  met trainingen geven en vrijwilligerswerk.

Op het moment volg ik een hele mooie opleiding over massagetherapie bij rouw en verlies. Gisteren en eergisteren was ik daarvoor nog in Amsterdam. Maar hoe gaat het met jou?

Ze vertelt over haar zomer in Scheveningen, ze heeft genoten van de warme zomer in het huis van haar dochter toen die op vakantie was.

Heerlijk Scheveningen aan de zee, ik hou zo van de zee. Gisteren bij de cursus hadden we allemaal een kaart bij die voor ons voor troost staat. Ik had een kaart bij me met de zee erop, vertel ik haar, omdat de zee me zo’n fijn, blij en rustig gevoel geeft als ik er wandel of naar de kabbelende golven staar. Maar ook omdat ik weet dat de zee wild en woest kan zijn, levens kan nemen. Eb en vloed, kalm en wild, leven en dood. Het zit allemaal in de zee.

Buurvrouw slikt en tranen wellen op. “Wim hield ook zo van de zee. Hij is geboren in Scheveningen en daar hebben we hem ook uitgestrooid. Vorig jaar augustus op zijn verjaardag, samen met mijn dochters. Ik ben die dag wat eerder naar Scheveningen gereden. En ben naar ons favoriete koffietentje gegaan. Daar zaten we altijd samen.”
Ze had dus een koffie besteld, én een tosti. Die namen ze ook altijd. Toen de serveerster met de bestelling kwam, had ze twee tosti’s bij. “Ik had er maar eentje besteld hoor,” had ze de serveerster verbaasd gezegd. “Dan heeft u geluk en wordt u extra verwend vandaag.” Ze kijkt me aan, ik ben stil. Maar die kon ik natuurlijk niet op, vertelt ze verder. “Maar het was wel bijzonder. En weet je…. Toen kwam er een zeemeeuw op mijn tafeltje, die pikte de overgebleven tosti op en nam hem zo mee de lucht in.” Ze glimlacht.

Wat een prachtig verhaal, en wat vind ik het bijzonder dat ze dit met ons deelde. Thuis zoek ik in mijn tas het gedicht dat ik de dag ervoor in de cursus schreef. Op de achterkant van de kaart moesten we een gedicht schrijven. Een gedicht dat begon met de letters die voor mij het meest voor troost staan. Mijn woord was DELEN:

DELEN

Eenzaamheid
Laten varen
En samen
Naar de horizon staren